Nakijken en beoordelen

Schriftelijke toetsen worden aan de hand van een vooraf vastgesteld antwoordmodel nagekeken. Hierbij kan de normering van de toets achteraf worden gewijzigd, bijvoorbeeld in geval van structurele onduidelijkheid over de vraagstelling onder studenten.

De nakijktermijn is tien werkdagen.

Beoordelingsformulieren

Voor overige toetsvormen (niet zijnde schriftelijke toetsen) bestaan er bij BMW vijf verschillende beoordelingsformulieren: voor een literatuurscriptie, mondelinge presentatie, poster, samenwerkingsvaardigheden en schriftelijk verslag. Deze zijn te vinden op de digitale studiegids. Bij iedere formulier wordt er een korte beschrijving gegeven van de te beoordelen onderdelen, die de docent vervolgens op een 3-punts schaal kan scoren. Daarnaast wordt aan de beoordelaar gevraagd om de open velden bij elk onderdeel in te vullen om de score te onderbouwen en de student gerichte feedback te geven.

Rubrics

De opleiding heeft twee verschillende rubrics ontwikkeld die worden gebruikt bij de beoordeling van het Researchproject (de scriptie en het praktisch werk). Deze kunnen digitaal worden ingevuld. De rubrics kunnen ook gebruikt worden voor schrijfproducten in andere cursussen. 

http://rubric.bmw-uu.nl/

De becijfering is gebaseerd op de volgende beginselen:

  • Toetsen moeten op gelijke wijze worden becijferd;
  • Na het toepassen van de raadkanscorrectie geeft iedere toename in score een evenredige toename in het cijfer;
  • Alle toetsen hebben een cesuur van 55%;
  • Als geen enkele vraag juist is beantwoord, heeft de student het cijfer 0. 

Ieder afzonderlijk toetsmoment (summatieve toetsing) wordt beoordeeld met een cijfer, waarna het eindcijfer kan worden berekend. Voor afzonderlijke toetsen gelden de volgende afspraken met betrekking tot normering en cesuur:

  • De becijfering loopt van 0 tot 10;
  • Raadkanscorrectie wordt toegepast;
  • De cesuur = 55% (hierbij is de correctie voor de raadkans meegerekend).

Om de cursus te behalen is:

  • het berekende eindcijfer ≥ 5,5;
  • ieder deelcijfer ≥ 4,0 (tenzij de examinator een andere eis stelt);
  • er voldaan aan alle inspanningsverplichtingen.

Het is mogelijk dat er bepaalde inspanningsverplichtingen van de student worden verwacht, zoals aanwezigheid bij practica of het geven van een presentatie, die verplicht zijn om de cursus met goed gevolg af te ronden zónder dat hiervoor een cijfer wordt gegeven.

Cijfers registreren

Als je geen cijfer kunt toekennen aan de student, dien je codes (zoals NVD, AANV, ND of VR) in te voeren bij het registreren van de cijfers. De instructies daarvoor vind je hier.

De opleiding verwacht dat je als examinator de instellingen voor het berekenen van het (eind)cijfer controleert en indien nodig aanpast. In TestVision is het nu mogelijk om te becijferen van 0 tot 10. Instructies vind je in het volgende document:

Addendum handleiding Testvision UMC Utrecht_BMW750.16 KB

Het is eventueel ook mogelijk de instellingen achteraf aan te passen in TestVision.

Iedere cursus bestaat uit meerdere toetsmomenten (en mogelijk verschillende toetsvormen). Voor elk onderdeel moet minimaal een 4,0 gehaald worden om de cursus met een voldoende af te sluiten. U kunt ervoor kiezen specifieke eisen te stellen aan deeltoetsen, zoals het behalen van minimaal een 5,0. De berekeningswijze van het eindcijfer wordt opgesteld door de examinator en dient in het blokboek te staan, waarmee het voorafgaand aan de cursus bekend is bij de studenten.