Aanvullende toetsing

De student komt in aanmerking voor een aanvullende of vervangende toets indien:

  • Het gemiddelde eindcijfer lager is dan een 5,5;
  • Er aan alle inspanningsverplichtingen is voldaan;
  • Het gemiddelde eindcijfer niet lager is dan een 4,0.

Het laatstbehaalde cijfer telt. (Deel)toetsen die met een voldoende zijn afgesloten kunnen niet worden herkanst.

  • Studenten die in aanmerking komen voor aanvullende toetsing worden hier automatisch voor ingeschreven (zie OER 5.5.4). Een student komt in aanmerking als hij/zij een AANV of een cijfer tussen de 4,0 en 5,5 heeft behaald (zie OER 5.4.3 en 5.5).
  • Het invoeren van cijfers na aanvullende toetsing komt overeen met de procedure te vinden bij 'beoordeling en cijfers invoeren' en verloopt via Osiris Docent. 

Wanneer een student een verplichte cursus niet heeft behaald, dan moet de student de cursus in het nieuwe studiejaar opnieuw volgen. In het geval van een keuzecursus kan de student kiezen een andere keuzecursus te volgen.  

Uitgebreide regels omtrent aanvullende toetsing staan beschreven in de OER (art. 5).

Voorbeelden van aanvullende toetsing

U kunt ervoor kiezen om de aanvullende toetsing de gehele leerstof te laten beslaan of alleen de leerdoelen/leerstof van één (of meerdere) deeltoets(en) waar de student onvoldoende op scoorde. Een paar voorbeelden:

  • Alle tussentoetsen vervallen indien de student moet deelnemen aan de aanvullende toetsing. De aanvullende toetsing beslaat de gehele studiestof.
  • Indien meerdere tussentoetsen moeten worden herkanst, kan de examinator ervoor kiezen een aanvullende toets te ontwerpen waarin beide onderwerpen/thema’s naar voren komen in plaats van meerdere aanvullende toetsen aan te bieden.
  • Iedere tussentoets wordt in aparte aanvullende toetsen getoetst.