Toetsmatrijs

Een toetsmatrijs is een document waarin de relatie tussen de leerdoelen en de toetsvormen is beschreven. Een toetsmatrijs vormt de basis voor het ontwerpen en opstellen van toetsing passend bij de leerdoelen en leeractiviteiten van de cursus.

Per 1 januari 2018 vereist de opleiding van iedere cursus een toetsmatrijs die, indien nodig, jaarlijks voor aanvang van de cursus wordt aangepast door de examinator. Hieronder vindt u een format van een toetsmatrijs. U bent vrij een ander format te gebruiken.

BestandFormat toetsmatrijs.docx

Instructies en tips

Voor instructies en handige tips voor het opzetten van een toetsmatrijs, een veelgebruikt format en voorbeelden van reeds ingevulde toetsmatrijzen verwijzen wij u naar https://toetsing.sites.uu.nl/modules/toetsmatrijs/.

De Commissie Kwaliteitszorg Toetsing (CKT) evalueert de toetsmatrijzen tijdens de evaluatie van de toetsing en de opleiding archiveert de toetsmatrijzen van iedere cursus.

Voor hulp en ondersteuning bij het opstellen van een toetsmatrijs kunt u contact opnemen met de beleidsmedewerkers via beleidsmedewerkersBMW@umcutrecht.nl

Formatief toetsen

Formatief toetsen is een doorlopend leerproces en heeft een diagnostische (en reflectieve) functie. Een voorbeeld van formatief toetsen is het beschikbaar stellen van een oefentoets die vervolgens met alle studenten besproken wordt. Studenten krijgen hierdoor inzicht in hun voortgang ten aanzien van de leerdoelen. Goede feedback (vanuit de docent) is daarbij cruciaal. Op basis van feedback kunnen studenten hun leerproces en strategie bijstellen. Formatieve toetsing wordt niet alleen door de docent uitgevoerd, studenten kunnen elkaar of zichzelf ook beoordelen (peer assessment en self-assessment).

Summatief toetsen

Bij een summatieve toets wordt er een cijfer (oordeel) toegekend voor het behalen van (een onderdeel van) de leerdoelen. Dit geeft de student en docent inzicht in het niveau van de student en kan gezien worden als afsluiting van een cursus(onderdeel). Een summatieve toets selecteert op basis van de cesuur tussen voldoende en onvoldoende.

Als examinator bent u verantwoordelijk voor het opstellen van toetsbare leerdoelen. Houd hierbij de eindtermen van de opleiding in uw achterhoofd. Toetsbare leerdoelen zijn concreet geformuleerd en bevatten actieve werkwoorden* op basis van het niveau dat u wilt bereiken in uw cursus. Hierdoor ontvangt de student duidelijke informatie over de leerstof die hij moet verwerven en het niveau waarop hij de leerstof moet beheersen (transparantie).

Voor het formuleren van leerdoelen zijn over het algemeen vier criteria van belang:

  1. GedragWat moeten studenten met de leerstof kunnen doen? Kies hiervoor actieve werkwoorden die aansluiten op het niveau en de activiteit die van studenten verwacht wordt.
  2. InhoudOp welke inhoud moet de student de beschreven activiteit kunnen toepassen? Geef deze inhoud zo concreet mogelijk weer.
  3. Voorwaarden: Binnen welk kader vallen de activiteiten?; Wordt er een casus gegeven?; Mag de student zijn rekenmachine gebruiken?; Wordt de student gestimuleerd om (nieuwe) informatie op te zoeken in tekstboeken, primaire literatuur of het internet?
  4. Norm: Welke minimumprestatie vindt u nog succesvol? Wat moet de student doen om een voldoende te krijgen voor zijn werk? Binnen een bepaalde tijd, in een x aantal woorden of moet de student drie van de vijf elementen kunnen identificeren, beschrijven etc. 

* bekijk ook: Actieve werkwoorden en taxonomie van Bloom.pdf137.23 KB

Als examinator bent u verantwoordelijk voor het ontwerp en de samenstelling van de toetsing. U selecteert naar eigen inzicht de toetsvorm die het beste aansluit bij de leerdoelen en de onderwijsvorm. Dit beschrijft u in de toetsmatrijs.

Ingezette toetsvormen binnen de opleiding zijn:

  • Schriftelijke toetsen
    • digitaal of op papier
    • gesloten of open vragen
  • iRAT en tRAT (team based learning)
  • Schrijfopdrachten
  • Presentaties
  • Peer feedback
  • Inzet
  • Praktische uitvoering

Als examinator bent u eindverantwoordelijk voor de kwaliteit van alle toetsing binnen een cursus en daarmee ook voor de toetsvragen bij schriftelijke toetsing en de instructie en uitwerking van andere toetsvormen.

In het geval van een schriftelijke toets wordt er gestreefd naar een balans tussen de hoeveelheid vragen en de behandelde onderwerpen binnen de cursus. Deze informatie is verwerkt in de toetsmatrijs.

  • De toetsvragen horen aan te sluiten bij (het niveau van) de beschreven leerdoelen.
  • De vragen van de toets zijn duidelijk en ondubbelzinnig.
  • De vragen dienen zodanig gesteld te worden dat de student kan weten hoe uitvoerig en gedetailleerd de antwoorden moeten zijn.
  • Ter bevordering van de kwaliteit van de toetsing worden toetsvragen vooraf voorzien van peer feedback uit het docententeam.
  • Voor alle toetsvragen is een modelantwoord met normering beschikbaar.